Het geloof in Allah

Het geloof in Allah en wie is Allah eigenlijk?

In naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle. En vrede en zegeningen zijn met eenieder van de profeten evenals met hen die hun boodschap volgen. Het onderwerp wat in deze video besproken zal worden is: Het geloof in Allah.

Het geloof in Allah is de eerste van de zes fundamentele zaken met betrekking tot de islamitische geloofsleer. Het geloof in Allah vormt de basis van de overige vijf fundamenten van de Islamitische geloofsleer. Voordat we gaan kijken naar wat de reden hiervan is, zullen we eerst kijken naar wat het geloof in Allah inhoudt met de volgende vraag; Wie is Allah?

Het woord Allah is een Arabisch woord dat vertaald naar het Nederlands zoveel betekent als “de enige ware god die het waard is aanbeden te worden”. Toch gebruiken moslims de naam “Allah” en niet de naam “God”. De reden hiervoor is onder andere dat van de naam “god” diverse afgeleiden bestaan waaronder goden en godin. De naam “Allah” kent echter geen afgeleiden en is mede daarom de perfecte beschrijving van de schepper van de Hemelen en aarde. De naam Allah is echter niet de enige naam die word gebruikt om Allah aan te duiden.

In de Koran is op vele plaatsen vermeld wat de namen en eigenschappen zijn van Allah. Ook heeft de profeet Mohammed, vrede zij met hem, net als de voorgaande profeten, de mensen duidelijk gemaakt welke namen en eigenschappen Allah bezit. Het is dus mogelijk om Allah te benoemen door het noemen van één van deze namen of eigenschappen die allemaal verwijzen naar Hem. Want het uitgangspunt is uiteraard dat Allah volledig uniek is.

Het geloof dat Hij volledig uniek is, betekent dat Hij niet gelijk is aan Zijn schepping. Volledige uniciteit betekent ook dat Hem de meest perfecte eigenschappen toekomen die op vele plaatsen in de Koran worden vermeld. Zo is Hij de alhorende en de alziende. De Meest Barmhartige en de Alwetende. De Almachtige en de Schepper van de hemelen en de aarde. Hij is de Eerste, voordat er ook maar iets anders was, en Hij is de Laatste, als alles vergaan is zal Hij er nog zijn. Hij is de meest rechtvaardige en Hij is één in zijn totale wezen. Hij is met niemand te vergelijken, is zelf niet geboren en Hij heeft geen kinderen. Een voorbeeld van de omschrijving die Hij van Zichzelf geeft, is terug te vinden in hoofdstuk 112 van de Koran.

قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ  اللَّهُ الصَّمَدُ  لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ  وَلَمْ يَكُن لَّهُ كُفُواً أَحَدٌ

“Zeg: Hij is Allah, de Enige. Hij is Zichzelf genoeg. Hij verwekt niet, nog is Hij verwekt. En er is niemand die met Hem te vergelijken is.”

In de Koran is echter niet alleen aandacht voor de omschrijving van Allah. Er is ook aandacht voor de mensen die niet in  het bestaan van Allah geloven. Zij worden op vele manieren aangemoedigd na te denken over het bestaan van Allah. De mens wordt gestimuleerd na te denken over de perfectie van de natuur, de grootsheid van haar schoonheid en de middelen van bestaan die zij voortbrengt. Ook word de mens gestimuleerd om na te denken over de complexiteit van het eigen lichaam en de verbondenheid tussen de ledematen die het tot één geheel maakt. Al deze zaken waarnaar wordt verwezen, hebben hetzelfde doel; de mensheid laten inzien hoe perfect de schepping is om hen zo te laten zien dat dit alles niet uit niets ontstaan kan zijn.

Of zoals het vermeld wordt in hoofdstuk 52 van de Koran in vers 35:

أَمْ خُلِقُوا مِنْ غَيْرِ شَيْءٍ أَمْ هُمُ الْخَالِقُونَ

“Zijn zij dan uit niets geschapen? Of zijn zij zelf de scheppers?”

Met deze vraag wordt de suggestie dat deze wereld geen Schepper heeft ontkracht. Het is immers niet mogelijk dat iets ontstaat uit niets. Ook is het niet mogelijk voor een persoon om zichzelf te scheppen. Hierdoor blijft er maar één mogelijkheid over; het bestaan van een macht die alle machten te boven gaat, een Schepper die al deze zaken teweeg gebracht heeft. Het bestaan van Allah is echter niet alleen bewezen vanuit de perfectie van Zijn schepping. Zijn bestaan wordt ook bewezen door de perfectie van de wetgeving die hij middels zijn profeet aan de mensheid kenbaar heeft gemaakt.

De wetgeving is niet slechts voor één tijd en één plaats geschikt, maar geschikt voor alle tijden en plaatsen. Met haar vaste en variabele onderdelen vormt zij de spil van een geordende Islamitische maatschappij. Allah heeft Zijn schepping perfect gemaakt en de mensheid opgedragen er op de beste wijze mee om te gaan. Ook heeft Allah Zijn wetgeving perfect gemaakt en de mensheid opgedragen zich daaraan vast te houden met als basis: het aanbidden van Allah.

Met het geloof in Allah is het geloof in de andere vijf basisprincipes een logisch gevolg. Het geloof in Allah is namelijk het geloof in Degene Die wij niet kunnen waarnemen, maar Wiens bestaan we logischerwijs wel moeten bevestigen. Het geloof in Zijn almacht maakt het geloof in de overige vijf principes dan ook eenvoudig. De islam leert namelijk dat Allah niet alleen de hemelen en de aarde geschapen heeft, maar ook alles wat daarin is aan bomen en planten, mensen en dieren. Hij deed de mensheid voortkomen uit één enkele man en vrouw, Adam en Eva.

Hij voorzag hen en hun nageslacht van bestaansmiddelen. Hij liet de mensen vervolgens niet zonder doel maar stuurde engelen met openbaringen naar sommigen van onder hen; de profeten. Deze profeten riepen de mensen op tot het aanbidden van Allah en het volgen van Zijn wetgeving. Het geloof in Allah en het volgen van Zijn wetgeving leidt tot het goede leven in deze wereld en het goede in het hiernamaals. Over deze twee zaken zal ieder mens uiteindelijk verantwoording moeten afleggen. Dit zal gebeuren op de dag des oordeels waarna eenieder van de mensen hun uiteindelijke bestemming binnen zal gaan, de hemel of de hel.