De zakaat

Een beknopte uitleg van de zakaat ofwel armenbelasting.

In naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle. En vrede en zegeningen zijn met eenieder van de profeten evenals met hen die hun boodschap volgen. Het onderwerp wat in deze video besproken zal worden is: De zakaat, wat vaak wordt vertaald als zijnde de armenbelasting.

De zakaat is de derde van de vijf fundamentele praktische zaken in het leven van moslims. Het is de verplichte afdracht van 2.5% van de bezittingen van een moslim (zoals geld) waarmee hij langer dan één jaar niets heeft gedaan. Dit in navolging van de Koran waar in hoofdstuk 2:110 het volgende staat vermeld;

وَأَقِيمُواْ الصَّلاَةَ وَآتُواْ الزَّكَاةَ

"En onderhoud het gebed en geef de zakaat…"

In navolging van deze opdracht dienen moslims dan ook jaarlijks een deel van hun bezit af te staan aan degenen die hieraan in nood zijn zoals behoeftigen, armen en dakloze mensen. Het afdragen van de zakaat is een daad van aanbidding die een aantal belangrijke voordelen met zich meebrengt voor de gelovige. Zo zorgt de betaling van de zakaat er bijvoorbeeld voor dat de gelovige beschermd word tegen gierigheid. Het is namelijk niet meer mogelijk voor hem om zijn geld eindeloos op te sparen, hij dient er immers jaarlijks een gedeelte van af te staan.

Wat betreft dit gedeelte dat hij afstaat: zoals gezegd is het af te dragen gedeelte een percentage van 2.5% over het bezit wat gedurende één jaar niet gebruikt is. Doordat het niet gebruikt is zal het ook geen direct gemis vormen voor de betalen ervan. Daarnaast zorgt het vastgestelde percentage ervoor dat eenieder in verhouding hetzelfde afdraagt. Hierin is daardoor geen nadeel voor hen die meer bezitten omdat zij bijvoorbeeld meer zouden moeten afdragen dan zij die weinig bezitten. Ook is er niet het probleem dat de minder welvarende persoon een groot gedeelte van zijn bezit dient af te staan terwijl de vermogende dit met gemak kan missen, het betalen van de zakaat brengt dus voor niemand moeite met zich mee.

De afdracht is dus geen probleem, en dan is er nog de ontvangende partij. De mensen die het geld nodig hebben, die het goed kunnen gebruiken. Zij hebben een groot voordeel bij het verkrijgen van de zakaat. Door het delen van de overvloed met de behoeftige word de verbondenheid tussen mensen versterkt en de eendracht binnen de gemeenschap vergroot. Aan het begin hebben we gezegd dat de zakaat een jaarlijks terugkerende plicht is. Dan zou je jezelf natuurlijk kunnen afvragen: waarom moet het verplicht worden gesteld? Het kan toch ook aangemoedigd worden om in liefdadigheid uit te geven zonder daaraan een verplichting te verbinden?

En deze vraag is een hele goede vraag waarop we als eerste zeggen: vanuit de Islam worden moslims sterk aangemoedigd om liefdadigheid uit te geven. Deze aanmoediging geldt voor iedereen, niet alleen voor de mensen die veel rijkdom bezitten maar ook voor de armen. Wanneer het gaat om liefdadigheid dan kan dit namelijk zijn door iets materieels uit te geven zoals geld of goederen. Daarbij wordt de beste persoon die uitgeeft in liefdadigheid omschreven als zijnde de persoon die met zijn rechterhand iets uitgeeft zonder dat zijn linkerhand dit weet. Oftewel; liefdadigheid geven in het verborgene, zonder erover op te scheppen en zonder er iets voor terug te verlangen van de mensen, slechts hopend op de beloning van Allah.

Daarnaast is er immateriële liefdadigheid waaronder bijvoorbeeld word gerekend het behulpzaam zijn tegenover anderen, het glimlachen naar een persoon of het simpelweg groeten van iemand die je tegenkomt, of je hem nu kent of niet. Op deze manier word het voor iedere persoon, rijk of arm, gemakkelijk gemaakt om op vrijwillige basis liefdadigheid te geven. Dat het gemakkelijk word gemaakt om te doen betekend echter niet dat iedereen het zal doen, of tenminste niet in alle vormen. Het is immers geen verplichting. Op dat punt komt dan ook de wijsheid achter het verplichten van de zakaat om de hoek kijken. Om te voorzien in de basisbehoeften van hen die zichzelf niet kunnen voorzien in hun basisbehoeften.

De toegevoegde waarde van de zakaat is dus dat het door haar verplichting een gegarandeerd recht is van hen die er behoeftig aan zijn. Het is het gegarandeerde recht van de armen op de rijken, van de behoeftige op degene die welvarend is. Wanneer namelijk eenieder zou stoppen met het uitgeven in vrijwillige liefdadigheid zouden de armen nog steeds hun recht op de zakaat hebben. Wat zouden zij echter hebben wanneer de zakaat er niet zou zijn? De zakaat is dan ook voor zowel de armen als de rijken een gunst. Een gunst die ons iets van de wijsheid toont van Degene Die opdracht heeft gegeven de zakaat te geven; Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde.